Uitleg
Een zet veroorzaakt zelfschaak wanneer een vijandelijk stuk na de zet het veld van de eigen koning aanvalt. De zet is onreglementair. Koningen worden in het schaken niet geslagen. De regels verhinderen een stelling waarin de tegenstander de koning tijdens de volgende beurt zou kunnen slaan.
Zelfschaak kan op verschillende manieren ontstaan. De koning kan naar een aangevallen veld proberen te gaan, een afschermend stuk kan bewegen en een lijn van een toren, loper of dame openen, of een speler die al schaak staat kan een zet kiezen die niet elke aanval op de koning opheft.
Het schaakgevende stuk slaan is eveneens onvoldoende als een ander stuk het eindveld van de koning nog steeds aanvalt. Een vijandelijk stuk geldt als aanvaller van een veld, ook wanneer dat stuk er niet werkelijk naartoe zou kunnen bewegen zonder de eigen koning bloot te stellen. Deze regel helpt verklaren waarom de twee koningen nooit op aangrenzende velden mogen staan.
Veel programma's genereren eerst een , een kandidaat die de beweging van het stuk volgt maar de toets van koningsveiligheid nog niet heeft doorstaan. Om volledig reglementair te zijn, moet de de eigen koning buiten schaak laten.
Veelvoorkomende verwarringen
Schaak geven heft zelfschaak niet op
Een zet blijft onreglementair wanneer zij de vijandelijke koning aanvalt maar tegelijk de eigen koning aangevallen laat.
Bronnen
- 1.Article 1: The Nature and Objectives of the Game of Chess, FIDE Rules Commission
- 2.Article 3: The Moves of the Pieces, FIDE Rules Commission
