Uitleg
Bij wedstrijdschaak op een fysiek bord moet elke zet met één hand worden uitgevoerd. Een zet met twee handen ontstaat wanneer een speler de fysieke handelingen van één zet over beide handen verdeelt.
Typische gevallen zijn tijdens , de bijzondere zet waarbij beide stukken worden verplaatst, de koning met de ene hand en de toren met de andere bewegen; een geslagen stuk met de ene hand verwijderen en het slaande stuk met de andere verplaatsen; of bij of een andere promotie de pion met de ene hand verwijderen en het nieuwe stuk met de andere plaatsen.
Volgens de FIDE-Regels wordt de overtreding, wanneer een speler voor één zet twee handen gebruikt en daarna de klok indrukt, behandeld en bestraft als een voltooide onreglementaire zet. Bij de eerste dergelijke voltooide onreglementaire zet voegt de arbiter normaal twee minuten toe aan de tijd van de tegenstander. Een tweede voltooide onreglementaire zet van dezelfde speler verliest de partij, tenzij de tegenstander via geen enkele reeks reglementaire zetten schaakmat kan geven, dus de koning kan aanvallen zonder reglementair antwoord.
Vóór het doorspelen kan nodig zijn, dus terugkeer naar de laatste herkenbare toestand vóór de onregelmatigheid. Een afzonderlijke regel eist bovendien dat de klok met dezelfde hand wordt ingedrukt waarmee de zet is uitgevoerd. Correct met één hand zetten en met de andere indrukken is geen bordzet met twee handen, maar schendt wel de regel voor klokbediening.
Veelvoorkomende verwarringen
Twee handen bij de zet en een andere hand voor de klok
Dit zijn verwante maar verschillende overtredingen: de ene verdeelt de fysieke zet over twee handen, de andere wisselt van hand voor de klokdruk.
Bronnen
- 1.Article 4: The Act of Moving the Pieces, FIDE Rules Commission
- 2.Article 6: The Chessclock, FIDE Rules Commission
- 3.Article 7: Irregularities, FIDE Rules Commission
