Uitleg
Bij Réti-mat geeft een loper het laatste schaak en beschermt een toren of dame hem. De koning zit gewoonlijk opgesloten door meerdere eigen stukken die precies de velden bezetten die hij voor zijn vlucht nodig heeft.
De loper valt diagonaal aan maar beheerst niet zelf iedere uitgang. De opsluiting werkt doordat de stukken van de verdediger obstakels worden, terwijl het steunende stuk voorkomt dat de koning de loper slaat. Het patroon hangt dus zowel van aanvallende coördinatie als van het ruimtegebrek van de koning af.
De loper kan niet worden genomen
Schaak, ondersteuning en zelfbeperking
De loper geeft schaak aan de koning op , de toren ondersteunt hem langs de g-lijn, en de eigen stukken van Zwart bezetten beide uitgangen.
Bepaal drie elementen om het patroon te herkennen: de schaakgevende loper, de toren of dame die hem beschermt en de verdedigende stukken die de uitgangen afsluiten. Als de koning ook maar één veilig veld heeft of de loper kan slaan zonder op een aangevallen veld te komen, is het geen mat.
Bronnen
- 1.The Complete Checkmate Patterns List [with examples], ChessMood
- 2.Checkmate pattern, Wikipedia contributors
