Uitleg
De Altijdgroene partij is de partij die Adolf Anderssen tegen Jean Dufresne speelde en waarvan de eerste bekende publicatie in 1852 verscheen. Ze werd beroemd door een aanval waarin de witte stukken tegen de zwarte koning samenwerken en door een slotreeks van offers. Een offer laat bewust materiaal, zoals een waardevol stuk, verloren gaan in ruil voor grotere compensatie, bijvoorbeeld het openen van lijnen of het afdwingen van mat, een aanval op de koning waarop geen legale reactie bestaat.
De naam was niet noodzakelijk al aan de partij verbonden toen zij werd gespeeld. De traditie brengt hem in verband met een latere beschrijving die aan Wilhelm Steinitz wordt toegeschreven en de combinatie als blijvend fris of duurzaam voorstelde. De partij eindigde in mat, maar haar waarde is niet beperkt tot de laatste zet: ze toont hoe het activeren van stukken buiten hun beginvelden, het gebruiken van open lijnen of diagonalen en het coördineren van aanvallen zwaarder kan wegen dan een eenvoudige telling van stukken.
Veel boeken noemen Berlijn als plaats, hoewel de vroegste bekende bronnen geen locatie vermeldden, zodat die niet als volledig vastgesteld mag gelden. De partij moet ook worden onderscheiden van de Onsterfelijke partij, een andere overwinning van Anderssen, ditmaal op Lionel Kieseritzky. Net als de combineert zij gedenkwaardig schaak met een omringend verhaal dat van bewezen feiten moet worden gescheiden.
Veelvoorkomende verwarringen
De Onsterfelijke partij
Het zijn verschillende partijen: de Evergreen was tegen Dufresne, de Immortal tegen Kieseritzky.
Berlijn als bewezen speellocatie
Berlijn is de traditionele locatie, maar de vroegste bekende publicaties vermeldden geen plaats.
Bronnen
- 1.The Evergreen Game (Anderssen v Dufresne), Chess Notes (Edward Winter)
