Uitleg
De Anglo-Indische verdediging begint met wits c-pion op c4 en zwarts paard van g8 op f6. Het paard controleert e4 en d5, neemt deel aan de strijd om het centrum en laat zwart de beslissing over de pionnenstructuur uitstellen.
Daarom is Anglo-Indisch een overkoepelende naam. Zwart kan vervolgen met ...g6, ...e6, ...d5 of ...c5 en elke keuze schept een andere structuur. Wit kan kiezen voor Nc3 of Nf3, de loper voor g2 voorbereiden, e4 bezetten of d4 spelen. De zettenvolgorde is belangrijk, omdat verschillende openingen dezelfde stelling kunnen bereiken. Dat heet een transpositie.
De tak ontstaat wanneer zwart na ...Nf6 en Nc3 ...d5 speelt. Andere voortzettingen houden de stelling langer onbepaald. Om de familie te begrijpen, moet je zwarts tweede concrete keuze herkennen in plaats van 1...Nf6 als een volledig plan te behandelen.
Gebruik en context
Het etiket geldt voordat zwart een specifieke Indische structuur kiest of de partij een zelfstandige Engelse opening blijft.
Veelvoorkomende verwarringen
Anglo-Indisch en Konings-Indisch
Niet elke Anglo-Indische verdediging wordt Konings-Indisch. Voor die opstelling zijn latere keuzes nodig, meestal ...g6, ...Bg7 en ...d6.
Bronnen
- 1.English Opening: Anglo-Indian Defense, Lichess
- 2.English Opening: Anglo-Indian Defense, Chess.com
- 3.English Opening, Wikipedia
