Uitleg
De achterste-rijverdediging is een methode om in bepaalde eindspelen van toren en pion tegen toren remise te houden, dus een partij zonder winnaar. De verdedigende koning staat vóór de vijandelijke pion om hem tegen te houden, terwijl de toren wacht op de rij die het dichtst bij de eigen bordzijde ligt.
De opstelling oogt passief, maar het wachten heeft een doel. De toren kan over die rij bewegen om op schaakzetten en matdreigingen te reageren. Wanneer de pion of aanvallende koning van plaats verandert, zoekt de toren het juiste moment om van achteren of opzij schaak te geven zonder de verdedigende barrière te vroeg op te geven.
De methode is vooral betrouwbaar tegen een randpion op de buitenste a- of h-lijn en een paardpion op de b- of g-lijn, mits de verdedigende koning ervoor staat. Een lijn is een verticale kolom velden. Tegen pionnen op andere lijnen werkt de verdediging doorgaans alleen voordat de aanvallende koning zijn zesde rij bereikt, omdat de aanvaller daarna meer ruimte heeft om om de blokkade heen te gaan.
Alleen het veld van de toren onthouden is niet genoeg. De verdedigende koning moet het promotieveld van de pion beheersen, dus het veld waarop de pion de laatste rij bereikt en in een ander stuk verandert; de toren mag niet worden vastgezet; en de aanvaller mag geen gunstige torenruil kunnen afdwingen. In die zin werkt de opstelling als een , een verdedigende formatie die bij nauwkeurig onderhoud niet kan worden doorbroken.
Veelvoorkomende verwarringen
Mat of zwakte op de achterste rij
Dit is een verdediging in een toreneindspel, niet het matpatroon waarin een koning achter zijn eigen pionnen opgesloten zit.
